Bas ter Weel: ‘Prikkels én ondersteuning maken de arbeidsmarkt flexibel’

BLOGREEKS brabant STERKER UIT DE CORONACRISIS

Bas ter Weel

Directeur SEO Economisch Onderzoek – hoogleraar Economie UvA – Kroonlid Sociaal-Economische Raad

Prikkels én ondersteuning maken de arbeidsmarkt flexibel

De economische gevolgen van de Covid-19 pandemie werden gevreesd. Veel leed lijkt echter voorkomen door de maatregelen van de overheid; ze waren gericht, tijdig maar ook tijdelijk. Tot nu zijn effecten op de arbeidsmarkt nog niet echt zichtbaar. Op termijn kunnen echter verschuivingen gaan plaatsvinden, zeker in sectoren die zwaar getroffen zijn. Op de nieuwe economie die daardoor ontstaat, zouden werknemers, werkgevers, overheid en onderwijs zich nu moeten voorbereiden.

Er was op de arbeidsmarkt een groep die vanaf het begin veel last had van de coronacrisis: de jongeren die de eerste stappen op de arbeidsmarkt zetten. We hebben dat in beeld gebracht voor het cohort dat na het afstuderen in 2019 meteen met een lockdown werd geconfronteerd begin 2020. Voor deze jongeren blijken 10.000 banen te zijn verdwenen, behoorlijk veel. Zij hadden weinig om op terug te vallen en hadden geen andere keus dan terug te keren naar het onderwijs of zich op een andere manier te redden. Bij degenen die een tijdelijk contract hadden, werd dat meestal niet verlengd – zeker niet in sectoren die in lockdown waren: de horeca, de luchtvaart en de reisbranche. Ook voor banen waar bedrijven versneld technologische veranderingen doorvoerden, zoals in de administratie, waren minder mensen nodig.

Nieuwe economie

Er zijn geluiden dat onze economie van karakter zal veranderen doordat we andere keuzes gaan maken. Ook zijn we ons aan het wapenen tegen dit soort pandemieën. Voor een deel zullen we bijvoorbeeld mondkapjes en vaccins zelf gaan produceren om meer zekerheid te hebben over de beschikbaarheid. De kans is groot dat hierdoor een nieuwe, duurzame, Europese sector gaat ontstaan. Nederland kan daar met zijn sterke kenniseconomie en logistieke sector het voortouw in nemen. De verwachting dat er nieuwe werkgelegenheid zal ontstaan doordat bedrijven productie naar Nederland terughalen, zal niet uitkomen. De afweging tussen leveringszekerheid en efficiëntie kan alleen leiden tot reshoring, als het werk dat terugkomt gedaan kan worden door een apparaat of een robot. Alleen dan is de leveringszekerheid betaalbaar. De mensen die daarbij nog nodig zullen zijn, zijn niet de mensen die spullen in elkaar zetten of inpakken. Er is behoefte aan mensen met een opleiding die aansluit bij de nieuwe economie.

Blijvertjes

Thuiswerken en online vergaderen zullen blijven, wat gevolgen heeft . Bijvoorbeeld voor de catering in de bedrijfskantines of voor de behoefte aan secretariële ondersteuning. Breder gesteld: het is de vraag of al het werk in sectoren die volledig in lockdown zijn geweest, zal terugkeren. Daar moet je nu over nadenken en dat geldt zeker voor de mensen die het direct aangaat. Zij zullen keuzes moeten maken voor hun toekomst. Hun loon werd weliswaar doorbetaald, maar dat betekent ook dat er geen prikkel was om andere keuzes te maken. Terwijl dat noodzakelijk is in het licht van de toekomstige arbeidsmarkt. Een soortgelijke uitdaging wordt veroorzaakt door de extra impuls die de technologische veranderingen hebben gekregen. Ook daardoor vallen mensen buiten de boot. De jongeren die toch terugkeren naar het onderwijs, zouden moeten kiezen voor een opleiding die hun kansen op de arbeidsmarkt van de toekomst versterkt.

Verschuiving

Voor ons land zijn de komende jaren duurzaamheid en digitalisering de belangrijkste missies. Het feit dat we daarop gaan inzetten betekent op korte termijn een her-allocatie van arbeid en kapitaal. Er ontstaat nieuwe werkgelegenheid die alleen ingevuld kan worden als iedereen een beetje opschuift op de arbeidsmarkt. Eenvoudig geformuleerd: de medewerkers van de kolencentrale, zullen zelden meteen inzetbaar zijn om windmolens te bouwen. Om te zorgen dat mensen kunnen voldoen aan de vraag, moet er iets gedaan worden aan het ontslagrecht om mensen te dwingen mobieler te worden. Tegelijkertijd is er ondersteuning nodig door scholing te bieden in de richting van nieuwe beroepen en sectoren waar digitalisering en duurzaamheid een grotere rol zullen spelen. Om mensen in die situatie zekerheid te bieden kan gedacht worden aan een deeltijd-WW, of een soortgelijke regeling als de NOW.

Wat Nederland nodig heeft 

Om het arbeidsaanbod van mensen die de markt opstromen én van de mensen die aan het werk zijn te versterken, moet er op-, om- en bijscholing geboden worden. Het is het meest effectief om daar budgetten voor beschikbaar te stellen, die gekoppeld zijn aan het hebben van werk of het vooruitzicht van een baan. Op het moment dat je nu je baan verliest, krijg je WW. Dat geld kun je productiever inzetten als mensen het voor een deel in zichzelf moeten investeren en het liefst al voordat ze werkloos worden. Op dit moment ontbreekt de infrastructuur hiervoor. Want mensen kunnen dit niet alleen. De overheid heeft de rol om te zorgen voor die infrastructuur, voor budgetten én voor het stimuleren van werknemers en werkgevers.

Infrastructuur

We hebben op dit moment geen effectief mechanisme meer om mensen aan werk te helpen. Wie zijn baan verliest, moet dat probleem eigenlijk zelf maar zien op te lossen. Mensen hebben echter een zetje nodig. Het helpt voor sommige groepen dat maatregelen minder royaal zijn geworden of zelfs zijn verdwenen. Dat doet de overheid goed. Maar er is meer nodig dan zo’n financiële prikkel. Vooral kwetsbare mensen die toch al moeite hebben om hun leven op orde te houden, krijgen het niet voor elkaar om zelfstandig uit de situatie te komen. De loopbaanstap moet in de goede richting gezet worden en behapbaar blijven. Dat betekent dat er een gerichte investering in de inzetbaarheid moet zijn in de vorm van een aanbod. Het aanbod is dan om iemand te helpen om een plan te maken, samen met een opleider, bijvoorbeeld een ROC, en een werkgever die medewerkers zoekt. Daarvoor is een goede infrastructuur nodig. Het UWV heeft die rol op dit moment niet, het is vooral een uitkeringsinstantie.

Regionale arbeidsmarkt

Een loopbaanwinkel, een uitzendbureau of een andere marktpartij kan mensen ondersteunen om in actie te komen, om de juiste actie te nemen én om vol te houden, met aan het eind van het traject het vooruitzicht van een baan. Een dergelijke aanpak moet regionaal worden opgezet. Iedere regio heeft immers een andere arbeidsmarkt, met een eigen vraag en aanbod. In het Techniekpact, dat is onderverdeeld in vijf landsdelen, lukt het bijvoorbeeld prima om afspraken te maken over hoe er meer mensen naar de technieksector getrokken kunnen worden. Die sector is in het ene deel van het land vooral IT-gericht, terwijl in een regio als Brabant ook de maakindustrie veel mensen nodig heeft. Dat vraagt om een andersoortige inrichting van het onderwijs en andere manieren om werkgevers en werknemers bij elkaar te brengen.

Logisch maar scheef

Sinds de eurocrisis is de economie enorm aangetrokken. De mensen met de laagste inkomens, zo’n 30% van alle werknemers, hebben daar echter niet van geprofiteerd, niet in inkomen en niet in werkzekerheid. Op dit moment hangen we alle zekerheden op aan het contract. Je hebt een vaste baan, een flexibele baan of je bent ondernemer of opdrachtnemer. Het contract bepaalt je mate van bescherming, de kansen om te investeren. Het resultaat: de mensen met de vaste banen – de hoogopgeleide werknemers, hebben de meeste zekerheden. En juist die mensen hebben die zekerheden het minste nodig; ze hebben al een goede positie op de arbeidsmarkt. Werkgevers willen deze waardevolle mensen aan zich binden met een contract voor onbepaalde tijd en bieden bovendien extra opleiding en training. De mensen met een flexbaan of de gedwongen ZZP’ers hebben veel minder zekerheden en kansen om te investeren in hun toekomst.

Gelijkere kansen

Waar het allemaal om draait is dat de veranderende economie vraagt om een arbeidsmarkt die kan meebewegen. Het verdienvermogen van ons land zit in de slimme, goed opgeleide mensen. Omdat we niet sterk of groot zijn, is dat onze belangrijkste succesfactor. Onze slimme mensen kunnen we nog veel productiever maken door in Europa samen te werken op het gebied van innovatie. Investeren in een kennisnetwerk dus, zoals Airbus bijvoorbeeld. Naast die hoogopgeleide mensen hebben we in de toekomst iederéén hard nodig. Om dat te bereiken zou het vaste contract afgeschaft moeten worden. Als iemand bij een werkgever gaat werken, is er een eindig contract. Zodra de werkgever of de werknemer het wil beëindigen, worden investeringen in bijvoorbeeld cursussen vereffend en de werknemer wordt beloond voor de trouwe inzet door de mogelijkheid om te investeren in nieuwe kennis en vaardigheden.

Meebewegen

Daarnaast is er een systeem nodig dat werknemers de middelen biedt om in zichzelf te investeren. Iedereen zou bijvoorbeeld bij de geboorte het recht kunnen krijgen op kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs en een beroepsopleiding. Wie kiest voor een universitaire studie heeft zijn krediet opgebruikt en heeft voldoende bagage om zelf in zijn groei te investeren. Wie een beroepsopleiding volgt en extra scholing goed kan gebruiken in zijn leven, houdt daar nog een potje voor over. De combinatie van financiële prikkels, ondersteuning bij een planmatige loopbaanontwikkeling en eerlijkere contractvormen is belangrijk voor een gezonde arbeidsmarkt. Alleen dan bereiken we dat mensen kunnen meebewegen in de richting van de economie van de toekomst.

Bas ter Weel is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is Ter Weel plaatsvervangend kroonlid van de nationale Sociaal-Economische Raad.  

ArbeidsmarkInZicht.nl en BrabantAdvies halen de blik op van buiten. Negen experts – uit Brabant en breder – geven hun visie op de ontwikkelingen in coronatijd en bijbehorende herstelaanpak.

Wekelijks publiceren we de blogs op onze site en op ArbeidsmarktInZicht.nl,  vooruitlopend op het advies ‘Impactvol investeren’.

Delen:

Gerelateerde berichten

Op 15 juli vond een zeer inspirerende VABIMPULS Event plaats. Opgedane ervaringen van bijna 4 jaar ondersteuning en begeleiding van ruim 650 initiatiefnemers werden tijdens deze bijeenkomst online gedeeld. Hiermee stimuleert VABIMPULS beweging in het landelijk gebied. Als vervolg hierop is er op 21 oktober een programma met verdiepende workshops waarin ontmoeting en uitwisseling letterlijk centraal staan: 'dynamiek op het Brabantse platteland'
De heer Raúl Henriquez (directeur-secretaris) en mevrouw Miloushka Sboui-Racamy (senior adviseur) van de Sociaal-Economische Raad Curaçao brachten op woensdag 21 juli jl. een werkbezoek aan BrabantAdvies. De bijeenkomst stond in het teken van een kennismaking tussen de SER Brabant en SER Curaçao.
Jongeren denken graag mee! Beleid dat over jongeren gaat maak je mét jongeren en niet over jongeren. Logisch toch? Lees daarom wat vanuit het perspectief van de jongeren de lessen zijn die we kunnen trekken uit de coronacrisis. De te maken keuzes en veranderingen hebben immers impact op hun toekomst. De stem van de jongere is hierin niet alleen relevant, de jongeren vragen ook om ruimte om deze veranderingen te helpen versnellen.
Een gesprek met Jan Brands, directeur Cultuurconnectie en Barbara Brouwer, directeur Phoenix Cultuur Meierijstad over de stand van de cultuursector en de investeringen die nodig zijn voor een slagvaardige cultuursector in de samenleving. Want als de coronacrisis iets heeft bewezen, dan is het wel de grote waarde van kunst en cultuur. De sector draagt voor 3,7% bij aan het BNP, meer dan de landbouw. Tegelijkertijd hebben de ingrijpende maatregelen tegen het coronavirus grote gevolgen voor de cultuursector. Niet alleen financieel, maar veel artiesten, kunstenaars, theatermakers zijn verloren gegaan voor de sector. En dat vraagt om duidelijke investeringen. Van provincies, gemeenten en bedrijven. Lees hier alle aanbevelingen.