‘Mobiliteit wordt smart, nu wij nog!’

PRL-lid Annemiek Stoppelenburg over anders kijken naar je omgeving

Afgelopen zomer zwierf ik twee weken met een sloep door Nederland en tijdens onze vaartocht riep ik veelvuldig uit: ‘Wat is Nederland toch mooi!’ De landschappen die aan ons voorbij trokken, waren zo gevarieerd en er was zoveel ruimte om ons heen. Ik ontdekte hoeveel meer je ziet als je met een gangetje van iets meer dan vijf kilometer per uur reist. En de ándere dingen die je ziet door vanaf het water te kijken naar dat wat er op het vaste land gebeurt.

De zomer is ten einde en werkend Nederland schakelt weer naar een hogere versnelling. Dat doen we ook bij de PRL waar we werken aan een omgevingsvisie voor de provincie en nadenken over hoe we de kwaliteit van onze openbare ruimte zo hoog mogelijk kunnen houden. En hoe we die ruimte zo kunnen gebruiken dat het voor iedereen leefbaar blijft. Ons verplaatsen in die ruimte, mobiliteit, is daar onlosmakelijk mee verbonden. Hoe we reizen, heeft immers niet alleen effect op het ruimtegebruik, maar ook op onze kwaliteit van leven via het effect dat reizen heeft op luchtkwaliteit, gezondheid, energieverbruik en geluidsniveau.

Mobiliteit wordt ‘smart’, nu wijzelf nog

Als er iets duidelijk is, dan is het dat technologische ontwikkelingen de wereld van mobiliteit op zijn kop aan het zetten zijn: de zelfrijdende auto, de elektrische auto, de e-bike waarmee we grotere afstanden kunnen overbruggen, platooning trucks die met wifi onderling verbonden zijn waardoor ze minder ruimte nodig hebben op de snelweg en ga zo maar door. Niet voor niks is Noord-Brabant een testomgeving gestart voor smart mobility. Tellen we daar de ontwikkeling van de deeleconomie bij op, waarin we steeds minder uit zijn op het bezit van vervoermiddelen, maar gebruik maken van deelauto’s en –fietsen, dan zien we dat mobiliteit steeds gevarieerder zal zijn. In ieder geval de mogelijkheden om anders en duurzamer te reizen.

Een belangrijke factor is en blijft echter de mens. Want gaan we ook van die mogelijkheden gebruik maken?

De manier waarop we ons verplaatsen voor ons werk of anderszins is meestal een vaste gewoonte. En vaak stappen we routinematig in de auto. Niet omdat we niet anders kunnen, maar omdat we dit zo gewend zijn. Zonder al te veel na te denken, komen we aan waar we willen zijn. Heel efficiënt!

Ruimte voor uitdagingen en kansen

In Brabant staan we -naast genoemde technologische ontwikkelingen, de deeleconomie en ons eigen gedrag- voor nog meer uitdagingen en kansen om onze mobiliteit duurzamer en slimmer te maken en tot een uitgebalanceerde mix van auto, OV, fiets en lopen te komen. De toegenomen verstedelijking en de behoefte om de stad desondanks attractief en bereikbaar te houden, daagt ons uit om anders na te denken over ons ruimtegebruik en hoe we ons verplaatsen. Kunnen we autoverkeer verminderen door onder andere het (elektrische) fietsgebruik te stimuleren (zoals met B-Riders en Hopperpoint). Nieuwe toekomstbestendige infrastructuur aanleggen én bestaande infrastructuur slimmer benutten (bv. via de aanleg van snelfietsroutes). Bedrijventerreinen bereikbaar houden, rendabele verbindingen tussen stad en buitengebied in stand houden. Iets slims verzinnen voor het dalende gebruik van het huidige OV (zoals via acties als We Bussen) en wel voldoen aan de toenemende behoefte aan vervoer op maat (samen rijden, flexbus, dorpsdeelauto). Als het in de toekomst veel meer over toegang tot vervoermiddelen gaat dan over het bezit ervan, welke voorwaarden moeten we dan scheppen om te zorgen dat er deelauto’s en deelfietsen binnen handbereik zijn.

Anders kijken naar je omgeving

In de omgevingsvisie denken we ook na over deze kansen en uitdagingen, maar het is geen gemakkelijke puzzel. Hoe kunnen we alle veranderingen en ontwikkelingen rondom mobiliteit dusdanig oppakken dat leefbaarheid hand in hand kan gaan met efficiency en innovatie. Criticasters roepen nog weleens dat we in Nederland vooral bezig zijn met automobilistje pesten. Paradoxaal genoeg heeft werken aan bereikbaarheid de afgelopen jaren juist geleerd dat minder autogebruik (vooral in de spits) de bereikbaarheid verbetert en daarnaast een groot positief effect heeft op leefbaarheid, vitaliteit en duurzaamheid. En duurzame en slimme mobiliteit, dat is waar we in Brabant voor staan. Dat vraagt wel om anders kijken, anders denken, anders doen. Misschien moet ik vaker in mijn sloep springen en mijn collega’s van PRL mee uit varen nemen zodat we onze omgeving met een andere, frisse blik blijven bekijken.