In gesprek met de nieuwe voorzitter van SER Brabant

Alle dilemma’s helder in beeld brengen, zodat de politiek de juiste keuzes kan maken.

Wobine Buijs-Glaudemans, burgemeester van Oss, is de nieuwe voorzitter van de SER Brabant. In de laatste fase van haar burgemeesterschap wil ze haar ervaring en nieuwsgierigheid inzetten “om met nieuwe generaties uit de triple helix een volgende stap te zetten naar een eigentijds vervolg op het sterke economische verhaal voor Brabant”. Talent, ondernemerschap en innovatie zijn daarbij voor haar de sleutelwoorden.

Ondanks haar veeleisende functie ziet Buijs de SER als een welkome aanvulling op haar werkzaamheden. “Het burgemeesterschap vraagt heel veel verschillende aspecten van me, maar bij SER Brabant kan ik op een meer conceptuele manier mijn ei kwijt rond sociaal-economische vraagstukken die ik ongelooflijk relevant vind. Daarbij komt ook mijn nieuwsgierigheid: het maakt me niet uit om om zes uur op te staan en nog even een rapport te lezen. Ik krijg daar een andere vorm van energie van. Wat ik belangrijk vind is dat ik een opgave van verschillende kanten kan bekijken. De SER voegt iets wezenlijks toe, óók vanwege de gesprekspartners en gesprekken die ik door deze positie heb en die ik als burgemeester minder snel zou hebben.”

Het balanceren van economische groei met duurzame ontwikkeling, het stimuleren van innovatie en ondernemerschap, en het bevorderen van sociale cohesie, daar gaat haar aandacht naar uit. We spraken haar over de rol van SER Brabant als een van de adviesraden van BrabantAdvies. Aan de hand van vier thema’s laat ze haar licht schijnen op de toekomst van de Brabantse economie, de samenhang van dat thema met de andere cruciale maatschappelijke ontwikkelingen en haar eigen rol daarbinnen.

Geld en brede welvaart 

“Toen we eind jaren ‘80 als jong gezin terugkwamen uit Amerika, zag de wereld er ineens heel anders uit. Operatie-Centurion woedde in alle kracht bij Philips, het voelde als een nieuw tijdperk. We moesten onze kinderen voorbereiden op een nieuwe toekomst. Maar hoe doe je dat? Hoe verdien je langjarig je geld als samenleving? Dat is eigenlijk altijd het thema geweest waar ik me mee bezig heb gehouden. Heel veel draait daarbij om inkomen. We hebben het tegenwoordig vaak over brede welvaart. De economie is een cruciale basis daarvoor. De welvaart is weg als de zekerheid van je inkomen weg is. Geld is een middel om een samenleving te laten draaien; een inkomen betekent ook dat je kunt bijdragen aan betaalbare gemeenschappelijke goederen, via belastingen. Dat soort dingen zijn voor mij altijd relevant. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om geld. Brede welvaart kijkt naar people, planet en naar profit. De Sustainable Development Goals dekken dat hele spectrum af. Het lijkt wel of de economie daarbinnen tegenwoordig in een verdomhoekje zit. Terwijl juist een groeiende economie een motor is voor die SDG’s. Geld is een middel om keuzes te kunnen maken, maar daar is ook altijd een zekere groei voor nodig, anders krijg je die brede welvaart sowieso niet. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat de economie maar doordraait ten koste van dingen die schaars zijn. We moeten daar een oplossing voor hebben. Precies dat zou ik graag terug willen vertalen naar SER Brabant en naar BrabantAdvies.” 

Oss en Eindhoven 

“De economie is ook de reden dat ik naar Oss ben gegaan, want daar gebeurde – 25 jaar later – hetzelfde als destijds in Eindhoven. Wat Eindhoven met Philips had, had Oss met Organon. Daar was ook de hele gemeenschap geraakt door wat er in de economie gebeurde. En wie denkt dat dat een andere schaal was, vergis je niet: de impact op een gezin blijft de impact op het gezin. En je ziet dan ook zo’n hele lokale keten in elkaar storten. Het installatiebedrijf dat al bijna 100 jaar bestaat gaat onderuit. De bloemen worden niet meer afgenomen, de lunches worden niet meer bezorgd, het sterrenrestaurant wordt niet meer bezocht. Waar ik me in mijn werk mee bezig heb gehouden, is om te kijken hoe je als samenleving kunt werken aan een duurzame toekomst. Ook als burgemeester in Oss.” 

 “Eindhoven is een dominante speler in Brabant en ik zie dat vooral als iets positiefs. We hebben die positie absoluut nodig om wereldspeler te zijn. Wat er momenteel in Eindhoven gebeurt, dat is van internationaal belang, dat is top. Om op wereldniveau speler te zijn, zul je ook een bepaalde mate van schaal moeten hebben. Dat moet je faciliteren. Er is goede infrastructuur nodig en veel werkkracht om te zorgen dat het daar goed blijft lopen. De provincie kan daar heel gericht aan bijdragen. Voor de SER ligt de vraag voor hoe je dat zo kunt faciliteren dat het daar goed gaat en hoe het sociaal ook goed blijft gaan. En hoe je ervoor kunt zorgen dat dankzij dit succes ook andere gebieden een bijdrage kunnen leveren. Op heel veel plekken wordt in Brabant met triple helix-structuren gewerkt aan duurzaam verdienvermogen en aan innovaties die oplossingen bieden voor maatschappelijke opgaven. Hoe kun je dit in Brabant in samenhang versterken?” 

 Talent en arbeidsmarkt 

“Als overheid moeten we een samenleving bouwen met ruimte voor talent van mensen en ondernemerschap. Een samenleving kun je pas bouwen, als je vernieuwt binnen een goed omgevingsklimaat, zodat mensen hun talent kunnen aanspreken en dat er ondernomen kan worden, als een continue motor in de samenleving. In Oss werken we heel veel met de hogescholen in Brabant, Radboud Universiteit, Hogeschool Arnhem-Nijmegen en de MBO’s, de laboratoriumopleidingen. We zien dat de procesindustrie veel behoefte heeft aan engineers om de fabrieken draaiend te houden. Daar hebben we onze MBO’ers heel hard voor nodig. Om onderwijs en arbeidsmarkt bij elkaar te krijgen is een uitgekiende verleidingstactiek nodig. Partijen bij elkaar zetten, sommige wegen openen en andere afsluiten. Op het moment dat je op de macht gaat zitten sturen, ben je kansloos, maar met de juiste mensen aan tafel kan het lukken. Dan kun je bijvoorbeeld zorgen dat meer bedrijven stagiaires aannemen. Dat ze onderzoek willen doen. Dan heb je een goede motor die echt als triple helix ook zichzelf blijft vernieuwen. Je ziet het in Eindhoven, maar ook hier in Oss rond de pharmasector. Nu, 100 jaar na de start in Oss, werken we aan een duurzame toekomst voor de pharma. Ondernemers werken in het gebied van Brabant en Nijmegen aan de relatie tussen bedrijven en scholen om te zorgen dat er voldoende mensen met de juiste kwalificaties worden opgeleid. Ik zie dat de Technische Universiteit zijn opleidingen afstemt op de behoefte van Brainport en samenwerkt met Fontys en Summa; zo draagt het onderwijs de arbeidsmarkt en daarmee de bedrijven.” 

Dialoog en dilemma 

“We hebben ongelooflijk veel opgaven, vrijwel allemaal met een fysieke component, zoals rond klimaat en de energietransitie. Maar ook gezondheid, of liever gezegd gezondheidsverschillen. Dat zijn primaire kwesties in iemands leven die rechtstreeks je bestaan raken. Ook dat raakt de brede welvaart natuurlijk. Om die reden hebben we als SER Brabant geregeld overleg met de andere raden van BrabantAdvies. We tappen als raden allemaal uit andere gremia in de samenleving. Zo kunnen we ook breed onze kennis ophalen, en zien welke bijdrage je aan elkaars missie kunt leveren. Het gaat er ons allemaal om mensen zich gehoord en gezien te laten voelen – óók als dilemma’s op tafel komen. En dilemma’s hebben we genoeg natuurlijk. Rond de arbeidsmarkt, de landbouw, onze grondstoffen, om er maar een paar te noemen. Adviezen op dat soort thema’s zijn cruciaal – mits ze impact hebben. Er moet wel wat mee gebeuren, het is niet onze bedoeling om een advies in een la te laten verdwijnen. Niet alleen het advies, ook het proces om er te komen, het gesprek, is van belang. Het helpt betrokken partijen om zich te richten en ons om de dilemma’s goed in beeld te brengen, zonder iemands belangenbehartiger te worden. De politiek mag daar vervolgens een ei over leggen. Van ons mag je adviezen verwachten met haalbare oplossingen die ook politiek gedragen kunnen zijn, maar we nemen geen positie in; dat is aan de politiek. Ja, de rol van SER Brabant mag scherper, ook rond missiegedreven innovaties, maar we blijven weg van de politieke lading. Dat kan ook niet anders als je ziet dat organisaties als ZLTO en VNO-NCW, partijen met nogal uiteenlopende belangen, binnen onze raad actief zijn. Wij brengen de dilemma’s binnen al die belangen helder in beeld, inclusief hun consequenties. Dat is de toegevoegde waarde van de SER Brabant.” 

Meer informatie over SER Brabant, neem contact op met Karin van Steensel.