Luc Boot: ‘Mobiliteit en bereikbaarheid: tijd voor een bredere blik’

BLOGREEKS brabant STERKER UIT DE CORONACRISIS

Luc Boot

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur – coördinerend adviseur

Beleid voor mobiliteit en bereikbaarheid: tijd voor een bredere blik

We zitten in een ingewikkelde, indringende maar ook interessante periode van grote veranderingen. Ook op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. De manier waarop we gewend waren de dingen te organiseren en te laten werken, is steeds minder vanzelfsprekend. Dat biedt kansen om bestaande patronen en gewoontes in te ruilen voor een andere blik op mobiliteit en bereikbaarheid. De Tweede Kamer vroeg de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) om hierover te adviseren. In het advies ‘Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid’ pleit de Rli voor een integrale benadering van de bereikbaarheidsvraagstukken van de toekomst.

Mobiel zijn, je verplaatsen, reizen maken: het zijn natuurlijke menselijke behoeften. Het mobiliteitsbeleid in Nederland is erop gericht om die menselijke behoefte te faciliteren. Hoe kan iedereen zo snel en efficiënt mogelijk van A naar B? Al die verplaatsingen beginnen op allerlei manieren behoorlijk te knellen. Niet alleen in de vorm van langere files en drukkere treinen, maar ook vanwege de gevolgen voor klimaat en leefomgeving. Toch is het weghalen van verkeerskundig knelpunten met een infrastructurele ingreep, nog steeds een veel voorkomende reflex. De Rli pleit voor een bredere blik op mobiliteit en bereikbaarheid.

Differentiatie

Mobiliteit is zelden een doel op zich. Het is een middel om naar je werk te gaan, boodschappen te doen of op visite te gaan bij vrienden of familie. Mobiliteit maakt activiteiten mogelijk. Maar hoe en hoe ver je je daarvoor moet verplaatsen, hangt sterk af van waar die activiteiten zich bevinden. Bereikbaarheid gaat daarmee ook over nabijheid: hoe richten we de ruimte in, waar bouwen we nieuwe woningen of voorzieningen? Een bredere blik op bereikbaarheid betekent ook verschillende doelen tegen elkaar afwegen. Denken in termen van brede welvaart helpt daarbij. We vinden inkomen en werkgelegenheid belangrijk, evenals onze sociale contacten, maar we willen ook een schone leefomgeving en een stabiel klimaat. Hoe passen bereikbaarheid en mobiliteit daarbinnen?

Keuzes

Door bij brede welvaart te beginnen en daarbinnen prioriteiten te stellen, kom je tot andere beleidskeuzes dan wanneer het faciliteren van verplaatsingen het uitgangspunt is. Politieke keuzes zijn dan onvermijdelijk, ook provinciaal en gemeentelijk. Klassieke tegenstellingen tussen politieke partijen staan een bredere blik op bereikbaarheid nog weleens in de weg: OV is ‘links’ en de auto ‘rechts’. Dit soort overtuigingen zijn politiek vaak sterk verankerd, maar ze zijn niet langer van kracht. De modaliteitskeuze hangt vooral af van de persoon in kwestie, diens levensfase, leefomgeving, mogelijkheden, wensen, reisdoel, enzovoort. Dat vraagt om zoeken naar oplossingen die passen bij de verschillende doelgroepen.

Lessen vasthouden

Tijdens de coronacrisis bevinden we ons plotseling in een wereld waarin verplaatsen helemaal niet meer de norm is. Als gevolg daarvan doen we in hoog tempo ervaringen op met digitale alternatieven voor fysieke verplaatsingen. Bijvoorbeeld op de werkplek. Lang niet alles gaat goed (Luc, je microfoon staat uit”) en we missen spontane ontmoetingen en onverwachte gesprekken. Maar heel veel blijkt wel mogelijk, en sommige zaken gaan zelfs makkelijker. Met één druk op de knop naar een gesprek of webinar, in plaats van een paar uur op pad om iemand te spreken of een bijeenkomst bij te wonen. Het is zaak de lessen die we door de coronacrisis hebben geleerd, vast te houden en maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat mensen een bewuste afweging maken over hun verplaatsingen. Dat gaat verder dan alleen gedragsmaatregelen of vrijwillige afspraken met werkgevers of onderwijsinstellingen. Kansrijke concepten als hybride werken en Mobility as a Service (MaaS) gaan daarbij helpen. Dit soort ontwikkelingen zitten in de lift, omdat ze aansluiten bij een behoefte. Ook voor gemeenten en provincies is het zaak om het momentum dat er nu is, te benutten. Dat betekent: aan de slag gaan met het faciliteren van digitale alternatieven voor bereikbaarheid, denken vanuit de kansen en mogelijkheden die er zijn, leren van wat er goed, maar ook van wat er niet goed gaat. Zo kom je tot nieuwe manieren om bij te dragen aan een betere bereikbaarheid.

Meer dan techniek

Een deel van de oplossingen die er zijn voor een integrale bereikbaarheid, vragen om technische innovaties. Die technische invalshoek sluit goed aan bij de wereld van infrastructuur en verkeer & vervoer -van oudsher toch het domein van ingenieurs en van grote technische ingrepen en kunstwerken. Maar technische innovaties zijn maar een deel van het verhaal. Het gaat ook om sociale innovatie en de bijbehorende veranderende samenwerkingsvormen tussen ketenpartijen maar zeker ook met eindgebruikers. Dat vraagt om op zoek te gaan naar nieuwe partijen die kunnen helpen om de noodzakelijke innovaties op gang te brengen en naar nieuwe manieren om hun inbreng aan tafel te krijgen. Het huidige mobiliteitssysteem is vanuit een bepaalde context ingericht en vervolgens verder geoptimaliseerd. Nu de context en daarmee de opgaves wijzigen, is het belangrijk om andere concepten en werkwijzen te integreren in het beleid, door ook partijen te betrekken die in het speelveld nog niet zo’n vaste plek hebben. Kleinere bedrijven bijvoorbeeld die actief zijn in de platformeconomie. Daarin ligt een belangrijke rol voor de overheid als opdrachtgever. Bij het zoeken naar nieuwe oplossingen is het verder zaak om de ervaringsdeskundigheid en kennis die bewoners hebben van hun gebied, stad of regio te benutten. Dat is ook innovatie: in gesprek gaan met burgers om oplossingen te vinden die aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van verschillende doelgroepen.

Gebiedsgericht samenwerken

Besluitvorming over grote infrastructuurprojecten waar Rijksmiddelen voor nodig zijn, vindt in Nederland plaats binnen de kaders van het MIRT, het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport. De middelen komen voor een groot deel uit het Infrastructuurfonds. Dit fonds is recent omgedoopt tot Mobiliteitsfonds. Met deze naamswijziging staat niet langer de modaliteit (weg, spoor of water) centraal en het geld hoeft ook niet uitsluitend naar infrastructuur te gaan. Een goede stap naar een integraal bereikbaarheidsbeleid. In het kielzog daarvan worden in verschillende regio’s ervaringen opgedaan met ‘gebiedsgericht programmatisch werken’. Het idee hierachter is dat de reflex om oplossingen vooral te zoeken in grote infrastructurele projecten verder afneemt door te werken met een programma waarin grote en kleine maatregelen samenkomen. In Zuid-Nederland is dit SmartwayZ.NL: een programma dat zich richt op 8 opgaven en waaraan meer dan 150 partijen samen werken. Zo’n bereikbaarheidsprogramma maakt een meer integrale afweging mogelijk. Bestaande oplossingen voor mobiliteit en bereikbaarheid, maar ook digitale varianten, ruimtelijke afstemming van wonen, werken en vrije tijd en de bijbehorende kostenplaatjes krijgen zo hun plek. De komende jaren is het wat de Rli betreft zaak om deze aanpak door te zetten en, mede aan de hand van de ervaringen die worden opgedaan met SmartWayZ.NL, ook in andere delen van het land op te pakken.

Luc Boot is adviseur bij de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli). Als projectleider werkte hij aan de adviezen ‘Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid’ en ‘Naar een duurzame economie’, waarin overheidssturing op transities centraal staat.

ArbeidsmarkInZicht.nl en BrabantAdvies halen de blik op van buiten. Negen experts – uit Brabant en breder – geven hun visie op de ontwikkelingen in coronatijd en bijbehorende herstelaanpak.

Wekelijks publiceren we de blogs op onze site en op ArbeidsmarktInZicht.nl,  vooruitlopend op het advies ‘Impactvol investeren’.

Delen:

Gerelateerde berichten

De overheid moet inzetten op natuur overal en voor iedereen. Naast de natuurgebieden, ook in onze steden, op bedrijventerreinen en op het platteland. Om hiermee de kansen en voordelen van natuur zoals voor onze gezondheid te benutten. Willen we natuur in Brabant duurzaam borgen, dan is bewustwording en betrokkenheid van inwoners en ondernemers essentieel: een stevigere verbinding dus van natuur in hart en hoofd van Brabanders! Dat is een van de kernboodschappen van de provincie Noord-Brabant in lijn met ons advies ‘Van voordeur tot en met Natura2000’. Hierin zien wij natuur als vanzelfsprekend onderdeel van een toekomstbestendig Brabant. Veel van ons advies zien we nu terug in het beleidskader Natuur.
Zie jij de jonge boer als ondernemer van de toekomst? Gerben Boom (voorzitter BAJK) en Marius Zuurbier (voorzitter Young Professionals Brabant) doen in deze vlog een beroep aan beleidsmakers en bestuurders in Brabant! Hun oproep is krachtig en urgent: geef die jonge boer ruimte - letterlijk en figuurlijk - en zet ze als volwaardig gesprekspartner aan tafel om de ‘revolutie’ in het buitengebied, die zich komend decennium voltrekt, in goede banen te leiden.
De opkomst van dataplatforms is volop gaande, en gaat bijzonder snel. Denk aan de enorme groei van Amazon en Google. Of, dichter bij huis, aan bol.com, dat nog niet zo lang geleden begon als online boekhandel, en inmiddels, veranderd tot platform, ‘de winkel van ons allemaal’ is geworden. Waar dataplatforms nieuwe mogelijkheden bieden voor consumenten, ondernemers en overheden, kunnen ze zich ook ontpoppen tot sloopkogels die keuzevrijheid afbreken, tweedeling verharden en innovatie afremmen. Daarom pleiten Karin van Steensel, beleidsadviseur bij BrabantAdvies en Maurits Kreijveld, onderzoeker en strategisch adviseur voor minder naïviteit en alertheid ten aanzien van de platformdynamiek. Én voor overheden die open data bevorderen.
BrabantAdvies verwelkomt en begeleidt twee stagiairs: Niek van den Berk, masterstudent Industrial Design en Jelle Scheepers, student Bestuurskunde. Niek focust zich met zijn researchproject op de risico’s van zoönosen binnen de samenleving en zoekt daarbij antwoord op de vraag hoe we zoönosegeletterdheid binnen de samenleving kunnen vergroten. Jelle voert kwalitatief onderzoek uit bij VABIMPULS. Hoe en waarom lukt het sommige agrarische ondernemers wel om de gemaakte plannen met vrijgekomen agrarische bedrijfslocaties daadwerkelijk te realiseren en anderen niet.