Martine Sluijs: ‘Stad en platteland: samen maken we één groot park’

BLOGREEKS brabant STERKER UIT DE CORONACRISIS

martine sluijs

Stadmaker / Parkmaker, directeur-eigenaar PIP & Partners

stad en platteland: samen maken we één groot park

Ik houd me bezig met de publieke en openbare ruimte in stedelijke gebieden om die leefbaarder, gezonder, socialer, klimaatbestendiger en biodiverser te maken. Ik zie het landschap van de stad en het ommeland eigenlijk als één geheel. En als we groeien, dan moeten we samen groeien. Als de stad groeit, dan groeit het groen dus mee. Ik noem dat parkinclusief ontwikkelen. Ik wil op dat gebied een beweging in gang zetten. Met groen landschap bedoel ik niet alleen natuur maar ook cultuurhistorische waarden, recreatie, en stedelijke landschappen waar mensen gezond kunnen leven. In Brabant is er nog groene ruimte buiten de steden en is de druk minder groot dan in Midden-Nederland, waar veel wordt gebouwd en er een harde grens ontstaat tussen stad en natuur. Het  is nu nog mogelijk om in Brabant te werken aan een zachte overgang en natuurlijke verbindingen tussen de steden, de dorpen en het omringende landschap. Die kans moeten we ons niet laten ontglippen.

Eén van de effecten van corona was dat mensen zich zo opgesloten voelden in hun binnenruimte, dat ze ook de ruimte buiten zijn gaan beschouwen als ‘thuis’. Ze gingen veel lopen, wandelen, plekjes ontdekken. Juist dat lopen biedt kansen: langs de looproutes kun je groene verbindingen aanleggen en  je kunt de looproutes uitbreiden zodat mensen makkelijker de stad in- en uitlopen. Zo worden de looproutes groene scheggen. Verder zijn veel mensen op de e-bike gestapt. Voor hen is het landschap opeens veel dichterbij gekomen. Door de  routes voor de fietsers te verbeteren kun je voorkomen dat mensen met de auto de natuurgebieden in trekken. Hier ligt een rol voor de overheid om gebruik te maken van wat mensen gingen doen.

Ontdekking

Het buitengebied werd in coronatijd als het ware ‘ontdekt’ door een nieuwe groep mensen. Zij gingen met een andere drijfveer het bos in dan de vrijwilligers en donateurs van de natuurorganisaties, de vogelaars, enzovoort. Die ‘nieuwe’ groep mensen zag het buitengebied als iets vanzelfsprekends wat ze konden gebruiken, niet als iets om te koesteren en te verzorgen. De uitdaging is om deze mensen te laten ervaren wat de grotere betekenis van natuur is en hen ermee te verbinden en op die manier te enthousiasmeren om bij te dragen aan het beheer en onderhoud. Door in de stad met hen in gesprek te zijn over de natuur in de stad en hoe je daarvoor kunt zorgen, kun je dat ook verplaatsen naar de buitengebieden. Het werkt hetzelfde.

Dichterbij

Wat ik namelijk zag gebeuren was dat mensen zich bewuster werden van de waarde van hun woonomgeving. Ze gingen massaal voor het groen in hun omgeving zorgen en groene plekken in wijken en buurten zelf beheren. Die beweging moeten we koesteren en uitbouwen. Door de stad en de omgeving als één groot park te beschouwen en daarover met elkaar in gesprek te gaan, kun je het groen van de ene buurt verbinden met het groen van een andere wijk, zodat ook de mensen verbinding gaan maken. Dat zijn andersoortige verbindingen dan de verbindingen vanuit landschapsperspectief of stedenbouwkundig perspectief. Mensen kiezen andere logische looproutes en andere logische contacten tussen wijken en die kun je combineren met de landschappelijke invalshoek. De aanpak is geen format, maar iets wat ontstaat als je in gesprek gaat. Daarbij is de belangrijkste vraag hoe mensen het groen in hun buurt met elkaar groter kunnen maken. Ook bespreek ik wat logische routes zijn om in verbinding te komen met het buitengebied en ook die routes gaan we vergroenen.

Grassroots

Op stadsniveau gaat het nu echt om de mensen zelf: zij nemen de initiatieven en die beweging kunnen we ondersteunen en laten groeien. Essentieel is daarbij: geen regels en sturing, maar de groepen opzoeken en hun ideeën verbinden. Hou het dichtbij, licht en luchtig. Het is dus zeker niet goed om met het vingertje te wijzen en mensen op te voeden. Dan raak je hen kwijt. Al die mensen hebben immers een eigen behoefte en motivatie om te vergroenen: klimaat, biodiversiteit, lekker wandelen. In wijken waar mensen niet zo met groen bezig zijn, bijvoorbeeld vanwege andere problemen, kun je aan de slag vanuit de eigen beleving en behoeften van mensen: in de schaduw zitten of een moestuin aanleggen. Bij elkaar opgeteld maken de initiatieven de stad klimaatbestendig en natuurlijk. Door de groepen op te zoeken, naar hen te luisteren, de initiatieven aan te jagen, hoef je als overheid niet zelf alle elementen uit het Deltaprogramma op te pakken. Je gaat sneller en mogelijk gaan mensen zelf een deel van het beheer en onderhoud op zich nemen. Want dat zal op den duur een forse kostenpost worden op de gemeentelijke begroting.

Mens – leefomgeving – ruimte – mobiliteit – economie

Alle initiatieven gaan over mensen, hun gezondheid en hun leefomgeving. Grow with the flow! Het gaat om een beweging die experimenteel op gang geholpen wordt. De provinciale overheid zou daarvoor budget vrij moeten maken en ondersteunen bij de communicatie door een podium te bieden. Uiteraard heeft de provincie grote invloed op het ruimtelijk beleid: als er gebouwd wordt, dan is dat het natuurinclusief en moet er ook ruimte zijn voor natuur. Daarbij moet ook vooraf geregeld zijn dat die nieuwe natuur onderhouden wordt, waarvoor een businesscase opgesteld kan worden in nauwe samenwerking tussen provincie en projectontwikkelaars. Tot slot heeft de overheid ook invloed op de mobiliteitsaspecten die samenhangen met de nieuwe ontwikkelingen. Voorkomen moet worden dat de groenstructuren doorkliefd wordt door de snelst mogelijke verbindingen tussen A en B. Dat tast de landschappelijke verbindingen aan. Het gaat erom kwaliteit toe te voegen!

Martine Sluijs ontwikkelt en begeleidt met People Inspire People (PIP & Partners) projecten voor een groene en gezonde leefomgeving.   

ArbeidsmarkInZicht.nl en BrabantAdvies halen de blik op van buiten. Elf experts – uit Brabant en breder – geven hun visie op de ontwikkelingen in coronatijd en bijbehorende herstelaanpak.

Wekelijks publiceren we de blogs op onze site en op ArbeidsmarktInZicht.nl,  vooruitlopend op het advies ‘Impactvol investeren’.

Delen:

Gerelateerde berichten

De heer Raúl Henriquez (directeur-secretaris) en mevrouw Miloushka Sboui-Racamy (senior adviseur) van de Sociaal-Economische Raad Curaçao brachten op woensdag 21 juli jl. een werkbezoek aan BrabantAdvies. De bijeenkomst stond in het teken van een kennismaking tussen de SER Brabant en SER Curaçao.
Een gesprek met Jan Brands, directeur Cultuurconnectie en Barbara Brouwer, directeur Phoenix Cultuur Meierijstad over de stand van de cultuursector en de investeringen die nodig zijn voor een slagvaardige cultuursector in de samenleving. Want als de coronacrisis iets heeft bewezen, dan is het wel de grote waarde van kunst en cultuur. De sector draagt voor 3,7% bij aan het BNP, meer dan de landbouw. Tegelijkertijd hebben de ingrijpende maatregelen tegen het coronavirus grote gevolgen voor de cultuursector. Niet alleen financieel, maar veel artiesten, kunstenaars, theatermakers zijn verloren gegaan voor de sector. En dat vraagt om duidelijke investeringen. Van provincies, gemeenten en bedrijven. Lees hier alle aanbevelingen.
Brigitte Drees, CEO Pivot Park Oss, over de kansen en sense of urgency die corona heeft opgeleverd om nu echt veranderingen door te voeren. Investeren in de Brabantse pharmasector biedt kansen. Maar er is meer nodig dan medicijnen. ‘Zorg dat de volgende generaties gezond kunnen opgroeien. Naast voeding, beweging en inkomen, is het verbeteren van de luchtkwaliteit minstens even belangrijk. Voor Brabant betekent dat, dat er iets gedaan moet worden aan de veestapel. De provincie heeft een belangrijke rol in de ruimtelijke ordening en het gebruik van de ruimte. Via die weg kan zij zich richten op gezondheid met daarbinnen aandacht voor de tweedeling in de samenleving én de luchtkwaliteit.’ Deze blogreeks komt tot stand i.s.m. ArbeidsmarktInZicht.nl. Lees hier de hele blog.
‘We zullen als samenleving iets aan de ernstige gezondheidsachterstanden moeten doen. Armoede en achterstand worden bepaald door de plek waar je geboren wordt. We moeten daarom gezamenlijk investeren in bestaanszekerheid van mensen’, aldus Wim van der Meeren in zijn visie op een herstelaanpak voor Brabant. ‘We hebben als samenleving een collectieve verantwoordelijkheid voor mensen die het niet redden. Het is een kwestie van fatsoen dat je elkaar niet over de rand duwt’. Van der Meeren pleit ook voor ruimtelijke ingrepen. ‘Er is onmiskenbaar een link tussen gezondheid en intensieve veehouderij, daarin heeft de provincie en belangrijke taak’. Deze blogreeks komt tot stand i.s.m. ArbeidsmarktInZicht.nl. Lees hier de hele blog.