Masterstudent Niek van den Berk: ‘Design thinking biedt kansen bij vergroten zoönosegeletterdheid’

‘We leven in een transformatiemaatschappij. Alles is met elkaar verbonden en loopt in elkaar over. Dat maakt dat de maatschappelijke problemen waar we voor staan zo complex zijn. Je hebt dan ook iedereen nodig om problemen op te lossen. ‘Vanuit die gedachte onderzocht masterstudent Industrial Design aan TU/e Niek van den Berk hoe design thinking kan helpen zoönoserisico’s beter af te wegen in de transitie van de landbouw. Onlangs presenteerde Niek de eindconclusies van zijn researchproject aan het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen.

Vanuit empathie voor alle betrokkenen tot creatieve en concrete oplossingen komen, dat is in a nutshell wat design thinking is. ‘Design thinking helpt om een ander perspectief op problematiek te krijgen. Creatieve werkvormen en opdrachten helpen om empathie te krijgen, het gesprek makkelijker te voeren en over elkaars grenzen te kijken. Gesprekken lopen daardoor minder snel vast en mensen kunnen op een meer respectvolle manier meningen delen’, aldus Niek.

Ander perspectief
In opdracht van de Provinciale Raad Gezondheid onderzocht Niek gedurende drie maanden de effecten van design thinking op zoönosegeletterdheid. Kan design thinking het bewustzijn voor zoönoserisico’s binnen natuur-inclusieve en circulaire landbouw versterken? Want juist hier zijn de risico’s, met alle veranderingen die er op de sector afkomen, nog vaak onderbelicht.

One Health
Bestrijding van infectieziekten die van dier op mens over kunnen gaan (zoönosen) heeft een One Health-aanpak nodig, waarbij professionals binnen het humane, veterinaire en het milieudomein samenwerken. De One Health-benadering stond dan ook in de aanpak van Niek centraal. Visuele tools zoals One Health-personakaarten en One Health-empathiekaarten plaatsten experts en belanghebbenden buiten hun eigen perspectief. ‘Met deze werkwijze heb ik geprobeerd de mens niet langer als middelpunt te zien, maar als onderdeel van een complex systeem. Zo nodigde ik belanghebbenden uit buiten het perspectief van alleen de mens te kijken. Wat vindt het dier, of de omgeving ervan? Op die manier creëer je niet alleen een ruimer begrip, voor bijvoorbeeld natuur en omgeving, maar word je je ook meer bewust van het hele plaatje en alle belanghebbenden.’ De creatieve en toch wel out of the box-werkvormen omvatten niet alleen een pragmatische implementatie van de One Health-aanpak, de opdrachten zorgden ervoor dat betrokkenen meer op één lijn kwamen, openstonden voor elkaars perspectief, kennis uitwisselden en op een constructieve manier zochten naar oplossingsrichtingen. Een mooie eerste stap die helpt bij het vergroten van zoönosegeletterdheid.

Kansen voor overheid
Niet alleen bij het vergroten van zoönosegeletterdheid kan design thinking een waardevolle bijdrage leveren. Volgens Niek liggen er kansen voor de overheid en beleidsmakers om design thinking en andere ontwerpmethoden veel breder in te zetten, zeker bij complexe sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Ontwerpers zouden daarmee volgens Niek een belangrijke rol binnen de overheid kunnen krijgen, bijvoorbeeld als facilitators van een discussie.

Next step
Het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen was al zeer enthousiast over de research paper en de werkvormen.

‘De design thinking-methode past mooi in de traditionele Brabantse gesprekstraditie die we lijken kwijt te zijn geraakt. Deze methode en de goede tools geven polarisatie minder kans. Laten we deze werkvorm in Brabant vaker gaan gebruiken’, aldus Myrtille Verhagen, secretaris van zowel de Provinciale Raad Gezondheid als het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen.

Een presentatie aan de Provinciale Raad Gezondheid staat gepland. En ook het Kennisplatform Veehouderij en Humane gezondheid heeft interesse. Ondertussen start Niek zijn volgende project bij een bedrijf dat zich richt op communicatie-oplossingen voor bedrijven. Want ook daar liggen volop kansen!

Bekijk hier Niek’s research paper en de animatie die hij heeft gemaakt over zijn researchproject.

Heb je vragen over het Brabants Kennisplatform Zoönosen of wil je meer weten over het project van Niek? Neem dan contact op met Myrtille Verhagen (mverhagen@brabantadvies.com).

Delen:

Gerelateerde berichten

Wat draagt een instrument als VABIMPULS eraan bij om toekomstplannen van agrarisch ondernemers die gestopt zijn of willen stoppen daadwerkelijk te realiseren. Met die vraag startte Jelle Scheepers zijn afstudeeropdracht bij VABIMPULS, dat bij BrabantAdvies is ondergebracht. Onlangs presenteerde Jelle zijn belangrijkste onderzoekresultaten.
Vrijdag 1 juli brachten Tristan Every, voorzitter van SER Aruba, en Gerard Richardson, secretaris van SER Sint Maarten, een bezoek aan BrabantAdvies. In het kader van de onderlinge contacten werd gesproken over diverse sociaaleconomische thema’s. Onderwerpen die spelen op Aruba en Sint Maarten zijn de herziening van het belastingstelsel en aanpassing van het minimumloon. Daarnaast werd gesproken over diversificatie van de economie; hoe kunnen, naast de alom vertegenwoordigde toeristische sector, andere pijlers worden versterkt zoals innovatieve bedrijvigheid en ICT?
‘Niet alles kan overal, dat is zichtbaarder dan ooit. De ruimte is schaars. Bij elke beslissing over de ruimtelijke invulling, hoe groot of klein ook, moeten we afwegen of het slim en noodzakelijk is. De rol van de overheid is daarbij cruciaal. Op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Glashelder moet zijn wat er bereikt moet worden, zonder een dictaat op te leggen. Het is de kunst om de richting dwingend te maken maar wel met voldoende ruimte om per gebied oplossingen op maat te maken samen met de gebruikers.’ Dat zegt Ivka Orbon, directeur BrabantAdvies tijdens onze inspiratiesessies op 15 juni 2022 op Brabant Ontmoet.
Bijna vijf jaar ervaring in de ondersteuning van ruim 750 agrarische ondernemers bij het maken van een keuze over hun (nieuwe) toekomst. De aanpak van VABIMPULS is uniek: startend bij de leefwereld van eigenaren, breed kijkend naar de (on)mogelijkheden van een locatie en ondersteund door onafhankelijke deskundigen.