Thuis in Brabant: naar een toekomstgerichte omgevingsvisie

Naar een toekomstgerichte omgevingsvisie met heldere doelen en flexibel in uitvoering.

Mijn eerste huis was het leukst. Een zeer eenvoudige huurwoning. Afgeleefd en vochtig. Maar na vier jaren op een kamer gewoond te hebben was dit een klein paradijsje, helemaal voor mijn partner en mij alleen. Daar draait het bij wonen vooral om: een plek waar we ons zelf kunnen zijn, waar we veilig zijn en tot rust kunnen komen. Dat geldt voor de vluchteling die naar Nederland komt en ook voor degene die in staat is om in een villa te wonen.

Het is leuk om met wonen bezig te zijn. Of het nu gaat om de inrichting van ons huis. Of om het prettig wonen in een dorp of stad. Of om de ruimtelijke inrichting van Brabant. Wonen houdt ons bezig. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was het prioriteit nummer 1. Maximale bouwproductie om de woningnood aan te pakken. Er zijn kabinetten op gevallen. De dorpen en steden in Brabant dijden fors uit en hun nieuwbouwwijken gingen steeds meer op elkaar lijken. We gingen ons zorgen maken over de matige en eenzijdige kwaliteit van al die woningen. Over het verdwijnende landschap. Ook over het verlies van brabantse eigenheid.

De streekplannen van de afgelopen 25 jaar hebben ingezet op een veranderende koers, met inzet op compactere steden en dorpen, met inbreiden in plaats van uitbreiden, met een duidelijker onderscheid tussen stad en platteland. Het is voor een deel gelukt. En zo ligt Brabant er anno NU bij. En is het zaak om na te denken over haar toekomst.

De Omgevingsvisie gaat richting geven aan die toekomst. Het moet daarbij vooral gaan over kwaliteit. Kwaliteit van de woning, van de woonwijk, van dorpen en steden, van het landschap. Kwaliteit, ook in de zin dat zeer diverse bevolkingsgroepen (jongeren, ouderen, gezinnen, nieuwe Nederlanders) graag in Brabant wonen.

Er liggen flinke uitdagingen. Een heel belangrijke is de energietransitie. Het is een mega-operatie om alle woningen in Brabant op termijn op het niveau nul-op-de-meter te brengen. Maar er zijn meer uitdagingen: hoe voorkomen we verdere segregatie. En: hoe gaan we verstandig om met een toekomstige krimp binnen delen van Brabant. Hier en daar wordt er al geëxperimenteerd met die toekomst, zoals in de duurzame woonwijk Geerpark te Vlijmen: woningen op NOM-nivo, natuur in de wijk, gelegen aan een innovatief watersysteem, met zowel huur- als koopwoningen. Tot stand gekomen vanuit een wil tot vernieuwing bij diverse partijen waaronder de Provincie.

De woning van de toekomst moet vooral flexibel zijn, dan gaat hij het langst mee en is hij het meest duurzaam.  Als voorbeeld: ons huis is nog geen twintig jaar oud. Maar de meterkast loopt niet door naar de bovenste verdieping waardoor het lastig is een aansluiting voor zonnepanelen te maken. Er staan pijpjes op het dak precies op de locatie waar zonnepanelen het gunstigst liggen. Op de plek waar een electrische auto moet staan is geen stroomaansluiting in de buurt. Er is geen gescheiden afvoer van hemelwater. Allemaal onderwerpen die (slechts) 20 jaar geleden niet speelden terwijl een woning zo’n 100 jaar mee moet. Net zoals de woning van de toekomst moet een Omgevingsvisie flexibel in haar uitvoeringsmogelijkheden zijn! Om in te kunnen spelen op ontwikkelingen die we nu nog niet of onvoldoende in beeld hebben.

Het gaat om het doel dat we willen bereiken. Minder om de exacte weg daarnaar toe. Brabant heeft behoefte aan heldere doelstellingen en flexibele wegen naar die doelen toe.

Het is een uitdaging aan de provincie om heldere doelstellingen te formuleren (wat mij betreft staan daarbij duurzaamheid en sociale integratie centraal). Maar óók om wegen in beeld te brengen waarlangs doelstellingen bereikt kunnen worden. En dat vooral samen te doen met partners in Brabant.

Opdat wij ons ook in de toekomst thuis voelen in Brabant.

Aart Jan Gorter, lid Provinciale Raad voor de Leefomgeving